Het thuisfront in Corona-tijd

Ook nu gaan er militairen op missie. En iedere militair heeft een thuisfront. Ouders, een partner en vaak ook kinderen. Hoe ervaart het thuisfront de uitzending van zijn of haar militair? Hoe werkt dat in Corona-tijd? Hoe bereidt het thuisfront zich voor, waar loopt zij tegenaan en wat mist zij het meest? We vroegen het aan Tahné Kleijn.

Tahné is 30 jaar en woont met haar militair Paul in Helmond. Ze is afgestudeerd aan de Kunstacademie en werkt als freelancer.

“Ik leerde Paul kennen toen ik acht was. Acht jaar later sprong de vonk over tijdens een zomerkamp”, aldus Tahné. Kort daarna kreeg ze te horen dat Paul een maand later op uitzending zou gaan. Hij sprak met zoveel trots en ontzag over zijn werk dat zij hem alleen maar kon aanmoedigen.

In 2007 ging Paul als soldaat naar Afghanistan en liep daar gevaar. Het meest bang was Tahné dat hij gehandicapt of beschadigd terug zou komen. Nu is hij voor de derde keer op uitzending. Veel minder gevaarlijk dan bij de eerste twee en de communicatie is stukken beter. “Ik weet dat uitzendingen er bij horen maar ik ben blij dat we nog geen kinderen hebben”.

Tahné Kleijn

Voor Paul is de uitzending gewoon zijn werk. Hij gaat zijn thuisfront wel missen maar heeft tegelijkertijd ook veel zin in de missie. De militair stapt in een sociale bubbel die veel groter is dan die van het thuisfront dat vanwege de coronamaatregelen maar weinig mensen ziet.

Tahné bereidt zich voor door samen met vrienden en familie een afscheidscadeau te maken. “Ik ben kunstenaar en dingen maken geeft mij rust. Daarnaast  probeer ik mijn zorgen zoveel mogelijk met mensen om mij heen te bespreken”, vertelt zij.

Zodra het voor vrienden en familie normaal wordt dat hij weg is, wordt het lastig voor Tahné. “Als thuisfront krijg ik de eerste 3 weken veel aandacht, terwijl ik hem dan nog helemaal niet zo mis. Na 5 of 6 weken komt dat gemis wel. Je krijgt dan bijvoorbeeld te maken met een kapotte wasmachine of je wordt ziek. Dan voel je je eenzaam. Ondertussen denken vrienden dat je inmiddels gewend bent aan het alleen zijn. Deze verschillende belevingswerelden zijn lastig”. Tahné: “Je wilt jezelf niet neerzetten als een zielig persoon. Bovendien komt het gemis in vlagen. Soms gaat het goed en soms weer minder. Voor je omgeving is dat moeilijk in te schatten hoe de vlag erbij hangt. Logisch; want ook zelf besef je pas dat het niet goed gaat, als het al zover is”.

“Ik probeer mijn zorgen zoveel mogelijk met mensen om mij heen te bespreken “

Corona levert natuurlijk obstakels op. Door de avondklok is het lastig om de eenzame avonden op te vullen. Daarnaast duurt de uitzending nu zeven i.p.v. zes maanden. Want voor de missie is een quarantaine periode ingelast en het tussentijds verlof van twee weken is vooralsnog ingetrokken. Er was bovendien geen afscheidsfeestje bij vertrek, geen knuffels van familie en vrienden. Tahné ziet toch wel één voordeel: “Iederéén is nu sociaal ingeperkt. Mijn sociale media staan niet meer vol met mensen die leuke dingen doen terwijl ik niet met Paul samen uit eten kan”.

Een stukje erkenning kan soms helpen. Een kaartje van Defensie bijvoorbeeld, waarmee ze begrip tonen voor je situatie. Tahné onderhoudt contact met Paul via telefoon en Whatsapp. “En ik probeer elke maand een pakketje te sturen”.  Helaas is contact met andere ‘thuisfronters’ minimaal. De thuisfrontinformatiedag was namelijk online. Écht contact is daar niet uit voortgekomen. Dus het contact met thuisfronters van haar eigen leeftijd mist ze nu wel.

Tahné kent de MissionKit, het pakketje van Hulp voor Helden voor uitgezonden militairen en hun thuisfront. Zelf heeft ze vooral behoefte aan ondersteuning om in contact te komen met lotgenoten. Volgens Tahné kan je met creatieve ideeën de missieganger helpen om met minimale inspanning toch verbonden te blijven met het thuisfront. Ze noemt als voorbeeld het ‘attentheidsboekje’ dat ze maakte voor Paul. Hierin schreef ze belangrijke data zoals verjaardagen en feestdagen van familie en vrienden. Bovendien konden al deze (in)directe thuisfronters zelf een bijdrage leveren; eigen tips en ideeën, een uitgerekende datum van een zwangerschap, het afzwemmen van een neefje of een belangrijke operatie.

Tahné: “Als thuisfront loop je altijd tegen hetzelfde probleem aan: mensen denken wel aan je, maar de militair gaat op uitzending. Paul is daardoor toch steeds het onderwerp van gesprek. Er zijn voor hem afscheidsfeestjes en welkomstfeestjes en als ik tijdens de uitzending bij mensen op bezoek ga, gaan de eerste gesprekken altijd over Paul. Logisch, want een uitzending is zeker voor hem een intense en soms heftige periode. Daarom staat het thuisfront altijd op de tweede plaats”.

Als Tahné 68 keer de kattenbak verschoond heeft, komt Paul terug. Ze kan niet wachten!