Sil snapt het niet

Prentenboek voor kinderen met een ouder met PTSS



Tekst: Miriam Niels
Sil is een doodgewoon jongetje, met doodgewone ouders. Hoewel, de papa van Sil doet soms een beetje raar. Sil snapt niet waarom.

Sil vertegenwoordigt in dit boekje vele jongens en meisjes waarvan de papa of mama PTSS heeft. Kinderen die elke dag dingen meemaken die ze niet helemaal begrijpen. Dingen die ze wel graag zouden willen begrijpen.

5 jaar geleden kreeg ik een relatie met een Afghanistan-veteraan met PTSS. Ik liep tegen veel problemen aan, waardoor ik behoefte had aan “gelijkgestemden”. Iemand die me écht begreep. Alweer bijna 2 jaar geleden sprak ik af met een lotgenote in een bistro in mijn woonplaats. Wat was het fijn om even samen te sparren, wat was het bizar om zoveel overeenkomsten te horen en wat deed het me verdriet om te horen dat haar op dat moment driejarige zoontje, maar vragen bleef stellen over zijn papa. En zelfs een keer vroeg; “wat doe ik dan fout, mama?”

Nu is er tegenwoordig voor bijna elk probleem, over elk onderwerp een prentenboek te vinden waarmee je zoiets bespreekbaar kunt maken en op een simpele manier kunt uitleggen, maar mijn (inmiddels) vriendin had gegoogeld, was naar de bieb geweest, maar had niets gevonden. Het enige wat ik dacht was: ‘Daar moet dus verandering in komen”. Als kleuterjuf heb ik altijd al een prentenboek willen schrijven. Ik schreef al eens een boek voor volwassenen, ik schreef al vaak blogs, maar nog nooit een boek voor kinderen.
“Sil snapt het niet” maakt PTSS (bij veteranen) bespreekbaar bij kinderen. Kinderen herkennen situaties beschreven in het boekje en daar kun je als ouder op aanhaken. Ook met de emoties, die met een gekleurde stip worden aangegeven op het shirt van Sil en papa kun je een mooi gesprek met je kind openen. Het boekje onderstreept dat het niet aan het kind ligt dat papa of mama (of misschien wel opa) soms “anders” doet.

Mijn hart ligt bij het jonge kind. En mijn juffenhart hoopt dan ook dat ik kinderen met een ouder met PTSS kan laten inzien dat niet papa of mama, maar zéker niet zijzelf, schuldig zijn aan de soms vervelende situaties die zich voordoen.

Het boekje is te koop via: www.silsnapthetniet.nl



Baanbrekende ontwikkelingen voor veteranen met PTSS

Veteranen die hun trauma’s verwerken met behulp van paarden, virtual reality, met MDMA of een terugkeerreis. Tien jaar geleden was dit nog ondenkbaar, maar nieuwe therapieën geven veelbelovende resultaten bij veteranen met chronische PTSS. Hoogleraar en kolonel-arts Eric Vermetten is een vurig pleitbezorger van innovaties in de zorg, omdat hij ziet dat ruim de helft van de veteranen met PTSS geen baat heeft bij reguliere behandelmethodes. Een interview met deze bevlogen professor.

prof. dr. Eric Vermetten

Hoe werkt een behandeling met behulp van virtual reality?
“Veteranen staan in deze behandeling op een loopband en krijgen tegelijkertijd muziek te horen en beelden van hun uitzending te zien, zogenaamde ‘exposuretherapie’. Herinneringen komen dan beter naar boven en kunnen op een betere manier worden ‘weggezet’. Zo krijgen ze het gevoel ‘het is me gelukt, ik kan het aan, ik ben er niet meer bang voor’. Ze hoeven geen energie meer te spenderen in het vermijden van deze herinneringen. Uit onderzoek blijkt dat het een effectieve interventie is”.

En het gebruik van psychedelica?
“In de jaren ‘70 is er onderzoek gedaan naar het gebruik van psychedelica bij mensen met het concentratiekampsyndroom. Dat bleek goed te werken. In de jaren ’80 zijn deze middelen helaas in de ban gedaan. Veel geneesmiddelen die sinds die tijd zijn ontwikkeld voor PTSS zijn wel effectief, maar zijn vooral ‘shock absorbers’ en bestrijden alleen symptomen. Daarom kwamen we terecht bij een nieuw ‘oud’ middel als de drug MDMA. Dit middel werkt bijzonder effectief als we het toevoegen aan een psychotherapeutische behandeling. Hiermee treedt klachtverlichting op die kan voelen als een bevrijding. MDMA is niet verslavend, heeft geen bijwerkingen en hoeft vaak maar twee of drie keer ingezet te worden. Hiermee hebben we goud in handen en we zien verbluffende resultaten. We mogen het helaas nu nog alleen in het kader van onderzoek gebruiken.”

Dan zijn er nog de dieren en de terugkeerreizen.
“We noemen dat ‘animal assisted interventions’. Meest bekend is de inzet van hulphonden. In samenwerking met de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht hebben we de pilot ‘Horsepower’ uitgevoerd. Een paard is een bijzonder dier en is in staat om je als het ware ‘de les te lezen’. De resultaten waren erg bemoedigend. De veteranen gaven aan een innerlijke rust te ervaren. Ondanks hard werken, zag ik deelnemers ook genieten. Ook de terugkeerreizen in kleine groepen laten de veteraan hun traumaverhaal herbeleven, maar dan op de plek waar het ontstaan is.”

Prachtige ontwikkelingen! Is er ook een ‘maar’?
“Het zijn geen tovermiddelen en je kunt ze alleen gebruiken bij een veteraan die er klaar voor is. De kunst met interventies is een juiste indicatiestelling. Je moet ook weten wanneer je iets kunt aanbieden”.

Tekst: Johan Kroes

(Een uitgebreide versie van dit interview is verschenen in veteranenmagazine Checkpoint)

Het thuisfront in Corona-tijd

Ook nu gaan er militairen op missie. En iedere militair heeft een thuisfront. Ouders, een partner en vaak ook kinderen. Hoe ervaart het thuisfront de uitzending van zijn of haar militair? Hoe werkt dat in Corona-tijd? Hoe bereidt het thuisfront zich voor, waar loopt zij tegenaan en wat mist zij het meest? We vroegen het aan Tahné Kleijn.

Tahné is 30 jaar en woont met haar militair Paul in Helmond. Ze is afgestudeerd aan de Kunstacademie en werkt als freelancer.

“Ik leerde Paul kennen toen ik acht was. Acht jaar later sprong de vonk over tijdens een zomerkamp”, aldus Tahné. Kort daarna kreeg ze te horen dat Paul een maand later op uitzending zou gaan. Hij sprak met zoveel trots en ontzag over zijn werk dat zij hem alleen maar kon aanmoedigen.

In 2007 ging Paul als soldaat naar Afghanistan en liep daar gevaar. Het meest bang was Tahné dat hij gehandicapt of beschadigd terug zou komen. Nu is hij voor de derde keer op uitzending. Veel minder gevaarlijk dan bij de eerste twee en de communicatie is stukken beter. “Ik weet dat uitzendingen er bij horen maar ik ben blij dat we nog geen kinderen hebben”.

Tahné Kleijn

Voor Paul is de uitzending gewoon zijn werk. Hij gaat zijn thuisfront wel missen maar heeft tegelijkertijd ook veel zin in de missie. De militair stapt in een sociale bubbel die veel groter is dan die van het thuisfront dat vanwege de coronamaatregelen maar weinig mensen ziet.

Tahné bereidt zich voor door samen met vrienden en familie een afscheidscadeau te maken. “Ik ben kunstenaar en dingen maken geeft mij rust. Daarnaast  probeer ik mijn zorgen zoveel mogelijk met mensen om mij heen te bespreken”, vertelt zij.

Zodra het voor vrienden en familie normaal wordt dat hij weg is, wordt het lastig voor Tahné. “Als thuisfront krijg ik de eerste 3 weken veel aandacht, terwijl ik hem dan nog helemaal niet zo mis. Na 5 of 6 weken komt dat gemis wel. Je krijgt dan bijvoorbeeld te maken met een kapotte wasmachine of je wordt ziek. Dan voel je je eenzaam. Ondertussen denken vrienden dat je inmiddels gewend bent aan het alleen zijn. Deze verschillende belevingswerelden zijn lastig”. Tahné: “Je wilt jezelf niet neerzetten als een zielig persoon. Bovendien komt het gemis in vlagen. Soms gaat het goed en soms weer minder. Voor je omgeving is dat moeilijk in te schatten hoe de vlag erbij hangt. Logisch; want ook zelf besef je pas dat het niet goed gaat, als het al zover is”.

“Ik probeer mijn zorgen zoveel mogelijk met mensen om mij heen te bespreken “

Corona levert natuurlijk obstakels op. Door de avondklok is het lastig om de eenzame avonden op te vullen. Daarnaast duurt de uitzending nu zeven i.p.v. zes maanden. Want voor de missie is een quarantaine periode ingelast en het tussentijds verlof van twee weken is vooralsnog ingetrokken. Er was bovendien geen afscheidsfeestje bij vertrek, geen knuffels van familie en vrienden. Tahné ziet toch wel één voordeel: “Iederéén is nu sociaal ingeperkt. Mijn sociale media staan niet meer vol met mensen die leuke dingen doen terwijl ik niet met Paul samen uit eten kan”.

Een stukje erkenning kan soms helpen. Een kaartje van Defensie bijvoorbeeld, waarmee ze begrip tonen voor je situatie. Tahné onderhoudt contact met Paul via telefoon en Whatsapp. “En ik probeer elke maand een pakketje te sturen”.  Helaas is contact met andere ‘thuisfronters’ minimaal. De thuisfrontinformatiedag was namelijk online. Écht contact is daar niet uit voortgekomen. Dus het contact met thuisfronters van haar eigen leeftijd mist ze nu wel.

Tahné kent de MissionKit, het pakketje van Hulp voor Helden voor uitgezonden militairen en hun thuisfront. Zelf heeft ze vooral behoefte aan ondersteuning om in contact te komen met lotgenoten. Volgens Tahné kan je met creatieve ideeën de missieganger helpen om met minimale inspanning toch verbonden te blijven met het thuisfront. Ze noemt als voorbeeld het ‘attentheidsboekje’ dat ze maakte voor Paul. Hierin schreef ze belangrijke data zoals verjaardagen en feestdagen van familie en vrienden. Bovendien konden al deze (in)directe thuisfronters zelf een bijdrage leveren; eigen tips en ideeën, een uitgerekende datum van een zwangerschap, het afzwemmen van een neefje of een belangrijke operatie.

Tahné: “Als thuisfront loop je altijd tegen hetzelfde probleem aan: mensen denken wel aan je, maar de militair gaat op uitzending. Paul is daardoor toch steeds het onderwerp van gesprek. Er zijn voor hem afscheidsfeestjes en welkomstfeestjes en als ik tijdens de uitzending bij mensen op bezoek ga, gaan de eerste gesprekken altijd over Paul. Logisch, want een uitzending is zeker voor hem een intense en soms heftige periode. Daarom staat het thuisfront altijd op de tweede plaats”.

Als Tahné 68 keer de kattenbak verschoond heeft, komt Paul terug. Ze kan niet wachten!

Militairen in coronatijd

Militairen die thuiswerken; wat kunnen we ons daarbij voorstellen? En hoe geven ze vorm aan de verbondenheid en kameraadschap die zo kenmerkend is voor de krijgsmacht? Kees de Rijke, HR-directeur bij de Koninklijke Landmacht en tevens bestuurslid van stichting Hulp voor Helden, ziet dat de coronacrisis om een nieuwe vorm van leiderschap vraagt.
Lees hier het hele verhaal .